Foto

Ik was een jaar of 16 toen ik me door een te enthousiaste kapster met scherpe schaar liet overhalen mijn haar net zo kort te knippen als zijzelf had.
“Ik heb het zelf pas zo kort en het bevalt me zó goed!” zei ze. Het stond haar te gek. Ik was toe aan iets nieuws en ben sowieso snel aangestoken door enthousiasme. Na de knipbeurt keek ik vertwijfeld in de spiegel. Van mijn lange, dikke blonde haar was nog 20 cm over. Op weg naar huis keek ik in iedere winkelruit in de hoop dat ik het leuk zou gaan vinden.
Als ‘glasishalfvol-meisje’ dacht ik nog: ‘als mensen er enthousiast op reageren, vind ik het straks vast ook leuk’.
Maar ondertussen voelde ik een vervelende kriebel in mijn onderbuik.
Wat als mensen het net zo zonde en lelijk vonden als ikzelf diep vanbinnen?


Thuis smeerde ik een boterham. Mijn vader kwam de keuken in, bleef even staan. Hij keek met 1 opgetrokken wenkbrauw naar mijn haar en zei: “wat heb jij nou gedaan? Je lijkt wel een egel.” (Wij Wissen staan niet bekend om ons talent voor tact)
Ik produceerde een glimlachje en zei iets van ‘hip’ en ‘nieuw’, maar vanbinnen verschrompelde ik een beetje.
Hij verwoordde mijn eigen gevoel over mijn nieuwe coupe. Een gevoel dat ik liever nog even had ontkend.Had ik mijn eigen kapsel fantastisch gevonden, dan had het me minder geraakt. 
Een wonderlijk principe: had ik mijn kapsel zelf fantastisch gevonden, dan had de opmerking van mijn vader me niet zo geraakt.
Als ik bij de kapper was vertrokken met gedachtes als ‘dit staat me fantastisch’, ‘best heel mooi eigenlijk’ of ‘even wennen, maar ik vind het heel leuk’, had zijn opmerking niet hetzelfde effect gehad.

Mijn eigen, onbewuste, gedachten over mijn kapsel waren een vruchtbare bodem voor welke negatieve opmerking dan ook. 
Het principe gaat over angst; een angst die bevestigd wordt.
Wanneer je al onzeker bent over je haar, een nieuw businessplan, je partner-of baankeuze, raken opmerkingen van anderen je des te meer.
Je loopt als het ware al rond in de anticipatie-stand. Zodra iemand iets zegt wat neigt naar je eigen angst, denk je ‘zie je wel! Het was toch de verkeerde keuze!’
Daarmee creeer je zelf, door je eigen gedachten, gevoeligheid voor de mening van een ander. 
Over anderen heb je geen controle, je eigen denken kun je trainen. 
Nu weet ik waar je die veiligheid dus het beste kunt zoeken, én vinden: in jezelf. 
Je hebt immers weinig controle over de goed- of afkeuring van de ander. Je hebt wel grotendeels controle over je eigen denken: wanneer je je bewust bent van je eigen denkpatronen en je eigen valkuilen en onzekerheden, maak je ruimte voor andere, sterkere denkkracht.
Door het trainen en ontwikkelen van je eigen denken, dat van jezelf en anderen te analyseren, word je ook minder afhankelijk van en gevoelig voor opmerkingen. Over je haar bijvoorbeeld.

Hoe train je je eigen denken dan? 
Da’s leuk, maar hoe zorg je er dan voor dat je minder gevoelig wordt voor wat anderen vinden door je denken te trainen?
3 tips:

  1. Word je eerst bewust van WAT je eigenlijk denkt. 
    Vaak ontwijken we onze angsten en onzekerheden, juist omdat ze zo pijnlijk zijn en je er eigenlijk liever niet mee geconfronteerd wordt. Maar veranderen wat je doet (denkt in dit geval) begint met bewustzijn van wát je doet.
    Observeer je gedachten, juist die gedachten die je eigenlijk liever niet hardop ‘hoort’. Schrijf ze op en kijk ernaar: zijn ze realistisch? Zeggen ze iets over jou? Of over een ander?
  2. Bedenk waar je controle over hebt en waarover niet
    Een van de grootste filosofen ooit, Stoicijn Epictetus, beschrijft in zijn praktische zakboekje duizenden jaren geleden al, dat je je beter druk kunt maken om die dingen waar je controle over hebt. En waar heb je geen controle over? Juist: de gedachten of opmerkingen van een ander.
    Realiseer je dat de opmerking van de ander vooral uitdrukt wat zijn smaak, visie of levenshouding is en weinig zegt over jouw keuzes.
  3. Vraag jezelf af: waar haal ik mijn goedkeuring vandaan?
    Laat je geluk niet afhangen van goedkeuring van een ander. Daar heb je immers geen controle over én het zegt weinig over jou.
    Zoals Epictetus al zei: ‘mensen lijden niet door de dingen, maar door hun gedachten over de dingen’. 
    En vaak denken we, heel onbewust, iets als ‘als die ander me niet goed/leuk/mooi genoeg vindt, dan bén ik ook niet goed/leuk/mooi genoeg’. 

Wil je hulp met het ontrafelen van jouw belemmerende gedachten? Wil je je denkzolder eens opruimen en ontdoen van overbodige ballast? Dan is een filosofisch consult wat je zoekt.

Neem contact op voor een gratis en vrijblijvende kennismaking!

​Meer lezen: