Oordelen: mag nie. Maar: je ontkomt er ook niet echt aan.
We oordelen de hele dag door, en dat is maar goed ook. Zonder oordeel kun jij niet kiezen of pindakaas op je brood wilt of jam. Weet je niet op welke school je kind het best tot zijn recht komt, of je die rode jas moet kiezen of toch liever die blauwe.
Je oordeelt, de hele dag door. Oordelen heb je nodig om keuzes te maken.
Te weten of je bloemkool wilt of broccoli.
Te weten of je wilt samenwerken met Piet of liever met Hannie.
Te weten of je deze baan aanneemt of toch liever niet.
Te weten of je een 2e date ziet zitten of vriendelijk gedag zegt na de 1e.
Te weten of je moet helpen of loslaten.
Door moet gaan of stoppen. Te weten of wie je bent wel overeenkomt met wie je wilt zijn.
Te weten welk handelen je veroordeelt en welk handelen je als 'goed' bestempelt.

Je oordeelt om vorm te kunnen geven aan je eigen leven. Oordelen kun je niet níet doen. In de eerste 8 seconden bij een nieuwe ontmoeting, oordeel je; vind ik deze persoon aardig of niet? Voel ik me prettig bij jou, of niet? Oordelen is zo menselijk en gewoon als ademhalen.
Doen alsof je niet oordeelt is als een vis die doet alsof-ie niet zwemt. 'Nee joh, dit is niet zwemmen. Ik zwem niet. Ik eh.... vlieg! Ja. In water. Ik vlieg in water'.


Oordelen maakt het leven leuk, spannend, rijk, behapbaar. Daar een rem of censuur op leggen leidt alleen maar tot meer ellende. Je oordeelt, vindt dat je dat niet mag, dus je legt er nog een oordeel overheen. En je voelt je schuldig en ongelukkig.
Sta jezelf toe te oordelen. Het gebeurt toch wel.
Oordelen is net zo menselijk als eten, drinken, praten, lachen, scheetjes laten, struikelen over een losse stoeptegel. 
Te doen alsof we niet oordelen of dat niet zouden mogen, niet mens zijn, is vreemd en helpt je niet. 

We gaan wel wat onhandig om met oordelen
Er is wel een grote maar: we gaan onhandig om met die oordelen van ons. We oordelen te snel, te ongenuanceerd, gebaseerd op halve informatie. En we zijn er veel te veel aan gehecht, we nemen onze oordelen veel te serieus. Als ik eenmaal heb geoordeeld dat ‘Mike een arrogante kwal is’, ben ik bijna niet meer te overtuigen van iets anders dan dat. 
Dat noemen we in de psychologie de ‘confirmation bias’: het oordeel dat we al gevormd hebben, willen we zo graag bevestigd zien, dat we in een tunnelvisie vervallen en bewijs dat op het tegendeel duidt, maar al te graag negeren. 

'Je mag niet oordelen'? 
Sommige mensen zeggen ‘je mag niet oordelen’. 
'Je mag niet oordelen' is de mooiste contradictie die er is. Ik ken geen oordelender uitspraak dan ‘je mag niet oordelen’.
Meestal zegt iemand zoiets nadat een ander een zogenaamd ‘negatief oordeel’ heeft uitgesproken. Ik heb nog niemand horen klagen als hij de oordelen 'mooi', 'slim', 'bijzonder' naar zijn hoofd geslingerd kreeg. Als Pietje over Jantje zegt 'ik vind hem de laatste tijd zo lui en laks', weten we niet hoe gauw we moeten zeggen 'je mag niet oordelen hoor Piet! Misschien is er wel iets aan de hand!'
Als Pietje zou zeggen 'ik vind hem de laatste tijd zo actief en betrokken', hoor je gek genoeg niemand zeggen dat Piet niet mag oordelen. We hebben dus niet zozeer moeite met positieve oordelen, maar met negatieve. En dat is natuurlijk vreemd: waarom zouden we wel mogen zeggen dat iemand mooi, slim, aardig, beleefd is en niet dat hij lui, arrogant, betweterig of achterbaks is? In essentie zijn beide uitspraken hetzelfde: een oordeel. Wat dat betreft zijn we, als het op oordelen aankomt, hypocriet: we zeggen ‘je mag niet oordelen’, maar dat gaat dan alleen om oordelen die we als negatief bestempelen. 

We halen ‘veroordelen’ en ‘oordelen’ vaak door elkaar. 
‘Veroordelen’ gaat over afkeuren, afwijzen
‘Oordelen betekent’: door redenering tot een gevolgtrekking komen

Dat betekent, dat als jij rationeel, helder en aanwijsbaar kunt onderbouwen waarom Pietje slordig is (hij ruimt zijn bureau niet op, zijn toetsenbord zit onder de koffievlekken, hij komt zijn afspraken niet na, heeft zijn werk niet af), is dat een oordeel: Pietje is slordig, omdat…..
Zeg je vervolgens ‘slordig zijn is verwerpelijk’, dan zit je in het hoekje van veroordelen. Maar vaak doen we die twee dingen tegelijkertijd: we zeggen ‘Jeetje wat is Pietje slordig zeg!’, waarbij gezichtsuitdrukking en intonatie verraadt wat we van die constatering vinden. Daarmee oordelen en veroordelen we tegelijkertijd. 
Een socratische houding ontwikkelen gaat over het scheiden van die twee: je oordeelt, zo objectief mogelijk, over een situatie. En dat oordeel bevraag je vervolgens vanuit de kernvraag: ís dat zo? Klopt het wat ik hier zeg of denk?

Dát we oordelen en dat vooral blijven doen, juich ik toe. Maar ik pleit wel voor een verantwoordelijkheid om zorgvuldiger met die oordelen om te gaan. 

 En je oordeel uitstellen dan?

Soms zeggen we ‘je moet je oordeel uitstellen’. Ik betwijfel of dat kan. Oordelen doe je snel, onbewust, voordat je het doorhebt. Uitstellen wat je niet doorhebt is moeilijk, misschien wel onmogelijk. Volgens mij zit de oplossing ergens anders: je oordeel hebben, er bewust worden en je ervan distantiëren.
Je eigen oordeel registreren, en vervolgens dat oordeel terugtrekken uit het gesprek. Het verdwijnt naar de achtergrond. Je trekt je oordeel terug. Dat is iets anders dan uitstellen. 
Het is er, je registreert het, en je doet er niets mee. Laat het voor wat het is.


Dus: oordeel erop los. Maar durf er wel tegenaan te schoppen.  
De Socratische houding gaat daarover: wéét dat je oordeelt, weet ook dat er waarschijnlijk meerdere kanten aan de zaak zitten. Heb een oordeel én durf dat oordeel te onderzoeken, flink ondersteboven te houden en er hard tegenaan te schoppen. 
Oordeel, gooi dat oordeel in de prullenbak, vis het er weer uit, stof het af en bekijk het van de andere kant. 

Om het vervolgens misschien alsnog in de prullenbak te kiepen.

Dit artikel komt uit het boek 'Socrates op sneakers',
inmiddels een regelrechte bestseller met meer dan 30.000 verkochte exemplaren.
Meer lezen? Bestel 'm!

Bestel het boek!

'Socrates op sneakers' is het boek voor iedereen die op zoek is naar meer verdieping in gesprekken, wijsheid en prikkelende vragen.