Ik had er zoveel zin in: filosoferen in groep 6 van een basisschool. Voor mij een eerste keer met kinderen. Mijn filosofische bagage was niet groot, maar mijn zin, drive en enthousiasme wel. Ik gaf al jarenlang les aan kinderen als theaterdocent. ‘Wat kan me gebeuren, ik heb genoeg ervaring met deze leeftijdsgroep en een leuke sessie voorbereid’, dacht ik.
Dat eerste gesprek liep – achteraf gezien- een beetje in de soep. Mijn denkprikkel was waarschijnlijk te moeilijk, mijn startvraag te vaag en ik was nog niet zo handig in het stellen van vragen. Sommige kinderen vonden het hartstikke leuk, maar een aantal vond het vooral moeilijk en vaag. Toch was het een ontzettend leuke en goede ervaring.
In dit artikel deel ik enkele tips en inspiratie, voor iedereen die eens wil experimenteren met filosoferen in de klas. ​

Filosoferen: word je handig van. 
Filosoferen met kinderen is leuk, ontroerend, verrijkend. Ze zijn van nature nieuwsgierig en willen graag met elkaar in gesprek over onderwerpen die hen bezighouden. Al denkende worden ze handiger in het verbaliseren van hun eigen gedachten, het luisteren naar de ander en ze leren verschillen en overeenkomsten herkennen en waarderen.
Het kritisch en creatief denkvermogen wordt geprikkeld en taalvaardigheid wordt aangescherpt.
Het is soms even zoeken naar een begin om te filosoferen, maar heb je dat eenmaal gevonden en weet je de juiste vragen op het juiste moment te stellen, dan gaat het soms bijna vanzelf. Maar hoe begin je dan?

Een volgorde van een filosofisch gesprek met kinderen die ik zelf heel prettig vind is de volgende:

1. Denkprikkel 
Start met een goede, spannende denkprikkel. Dat kan een vraag zijn, een verhaal, een kunstwerk of een thema waar je op dat moment in de klas mee bezig bent. Zorg dat de denkprikkel aansluit bij de leeftijd en belevingswereld van de kinderen. In het voorbeeld aan het begin van dit artikel liet ik een prachtig maar abstract schilderij zien aan kinderen van groep 6. Sommig kinderen vonden het meteen spannend, andere kinderen hadden er niets mee. Jammer, want dan ben je ze meteen in het begin al kwijt.

2. Voorbereiding: welke richting krijgt dit gesprek?
Bedenk een paar vragen die je zou kunnen stellen en thema’s die je wilt aanstippen. Dit zijn alleen maar opties die je meeneemt het gesprek in, het kan best zijn dat de kinderen iets heel anders interessant vinden dan jij van tevoren bedacht hebt. Toch is het goed om voorbereid te zijn en na te denken over thema’s en vragen die je wilt aanstippen .
Ben je bijvoorbeeld bezig met het thema ‘vakantie’ of ‘reizen’ in je klas, dan zou je kunnen denken aan: wat is vakantie precies? Moet je altijd weg van huis om een vakantiegevoel te hebben? Kun je je ook thuis voelen op vakantie? Wanneer voel je je thuis? Wil je filosoferen over muziek, dan kun je hier een gratis PDF met filosofische- en startvragen vinden. Ook de praatprikkels (zie onderaan dit artikel) zijn ontzettend leuk als startpunt om te filosoferen.

3. Startvraag
Bedenk een goede startvraag. Een startvraag is nog niet meteen een filosofische vraag, maar een spannende vraag die de verbeelding aanzwengelt. Vragen die beginnen met ‘stel dat’ doen het vaak goed.
In bovenstaand voorbeeld over vakantie zou een leuke startvraag kunnen zijn: ‘Stel dat vakantie niet meer zou bestaan, hoe zou de wereld er dan uitzien?’ Of: ‘Stel dat je altijd vakantie zou hebben, hoe zou je dat vinden? Zou je iets missen of juist niet?’

4. Filosofisch onderzoek
Welk thema ga je onderzoeken? Welke vraag staat centraal? Wil je inzoomen op de vraag ‘wat is ‘thuis’? of wil je onderzoeken ‘wanneer je echt op reis bent’? Je hebt een aantal thema’s van tevoren bedacht waar het gesprek over zou kunnen gaan. Wil je echt een specifiek thema behandelen dan kun je daarop sturen. In dit onderzoek vraag je door, vat je samen en nodig je kinderen uit op elkaars standpunten te reageren, heel goed te luisteren naar wat een ander zegt, zelf door te vragen en nieuwsgierig te zijn.

5. Afsluiting
De afsluiting kan van alles zijn: kinderen kunnen vertellen hoe ze het gesprek vonden, ze kunnen een tekening maken of een toneelscène, ze kunnen een zin of een woord opschrijven of in tweetallen hun grootste inzicht delen.
Verzin een leuke afsluiting die past bij het onderwerp van jullie denkavontuur.

Om een gesprek te kunnen begeleiden, heb je natuurlijk enkele vaardigheden nodig. Die leer je niet uit een boekje of van een blog, maar vooral door veel te doen. Er zijn wel wat algemene tips waar je wat aan hebt:

  • Geen grote groep
    Filosoferen met een hele grote klas is geen aanrader. Voor een werkelijke dialoog en onderzoek is soms geduld nodig, dat kunnen kinderen in grote groepen niet altijd opbrengen. Een groepje van 6 is prima om mee te beginnen.
  • Niet te lang
    Kinderen hebben zeker in het begin niet zo’n lange concentratieboog. Pas de duur aan aan de leeftijd van de kinderen, hun niveau en hun betrokkenheid bij het onderwerp. Misschien merk je na een kwartier dat de aandacht verslapt en dat de koek op is, dat is geen probleem. Oefenen in geduld en concentratie kost tijd, hoe vaker jullie dit doen, hoe makkelijker en hoe langer het lukt.
  • Zeg expliciet dat jij het ook niet weet.
    Je bent nu geen leerkracht, geen allesweter, je hoeft geen kennis over te brengen. Jij hebt de antwoorden ook niet. Jullie gaan samen op denkavontuur.
  • Corrigeer niet, maar doe voor.
    Praten kinderen door elkaar heen? Stel een vraag. Begrijpen kinderen elkaar niet? Vraag een kind zijn idee uit te leggen. Wanneer je gaat corrigeren (‘jullie moeten elkaar laten uitpraten’), gaat dat ten koste van de gelijkwaardigheid die je nu net wilt bewaren. Dit is eigenlijk een voorbeeld van de socratische houding van een gespreksleider in een socratisch gesprek.
  • Durf los te laten. 
    Als de kinderen met elkaar in gesprek gaan en elkaar bevragen, weet je dat je goed bezig bent.
    Probeer jezelf een beetje overbodig te maken.
  • Laat het gesprek zijn natuurlijke ‘flow’ hebben. 
    Soms heb je iets voorbereid en brengt een van de kinderen een ander idee of concept in het gesprek. Als de rest van de groep daarop aanhaakt, kan het zo zijn dat het helemaal niet gaat over wat jij hebt bedacht. Daar is niks mis mee, sterker nog: het zegt iets over de betrokkenheid van de kinderen bij dit onderwerp. Het zou dan zonde zijn om het ingeslagen pad niet te verkennen.

Vaak hoor ik van leerkrachten dat ze het ook een beetje spannend vinden. Wat als het misgaat? Wat als kinderen ruzie krijgen of wat als ze het saai vinden? Dat kan allemaal gebeuren. Zo lang er geen bloed vloeit, zou ik me geen zorgen maken. Filosoferen blijft toch gewoon een kwestie van doen. Door altijd nieuwsgierig te blijven naar de denkwereld van de ander en vanuit verwondering vragen blijven stellen ontwikkel je je eigen denk- en dialoogvaardigheden. Ik hoop dat jij als leerkracht door dit artikel geïnspireerd bent en het gewoon eens gaat proberen. Ik ben benieuwd naar je ervaringen!
Veel denkplezier!

Heb je behoefte aan meer inspiratie, zelf ervaren en meer leuke denk-oefeningen? Doe eens mee aan een workshop ‘Filosoferen kun je leren’, of organiseer er zelf een bij jullie op school.