Ken je dat moment in een gesprek waarop je afhaakt? 
Dat je bij jezelf denkt ‘daar gáán we weer’. Of ‘laat maar’. 
Je voelt de energie wegebben, je interesse vervliegt en de zin om dit gesprek voort te zetten is totaal verdwenen. Dikke kans dat je gesprekspartner zich schuldig heeft gemaakt aan een van onderstaande conversatie-killers. 
En wees eens eerlijk: maak jij je er soms, héél soms, ook weleens schuldig aan?
In dit artikel 4 ‘slechte gespreksgewoontes’ en hoe je ze kunt vermijden.
Liever luisteren? Kan! Dit artikel staat ook als mp3 op de Podcast-pagina. 


1. Onderbreken, ratelen en je eigen standpunt herhalen
Je weet natuurlijk wel dat dat fantastische gesprekskillers zijn: ik moet de eerste nog tegenkomen die zegt ‘ik vind het zó fijn om onderbroken te worden als ik iets vertel. En als de ander gaat ratelen en zijn eigen standpunt maar blijft herhalen: fantastisch! Nou, dan ben ik je fan hoor!’We herkennen dit gedrag wel als irritant, maar we staan zelden stil bij waar het vandaan komt.
Eigenlijk zijn dit symptomen van een groter, onderliggend probleem: niet luisteren. En ‘self-centeredness’.
Ga maar na: als je een ander onderbreekt, wil je zelf graag het woord en ben je niet bezig met de ander te begrijpen.
Ga je ratelen, dan controleer je het gesprek en laat je de ander geen ruimte om zich te mengen in de dialoog.
Herhaal je je eigen standpunt keer op keer, ben je eigenlijk niet geïnteresseerd in het standpunt van de ander.De bottom line is: je bent meer met jezelf bezig dan met je gesprekspartner.
Je wilt de ander overtuigen, meekrijgen, beïnvloeden en daar trek je van alles voor uit de kast. Ironisch genoeg bereik je eerder het tegenovergestelde: je gesprekspartner haakt hoogstwaarschijnlijk af, voelt zich niet gezien en gehoord en als het even tegenzit denkt-ie wel twee keer na voordat-ie weer een gesprek met je aanknoopt.

Hoe dan wel: 

  • Wees stil. Zwijg. Houd je klep. (ja, daar zeg ik drie keer hetzelfde, maar voor sommige hardnekkige gewoontes heb je wat zwaarder gereedschap nodig)
  • Blijf met je aandacht bij de ander. Bij zijn verhaal, zijn standpunt.
    Ook al is de neiging om je te verdedigen of de ander te overtuigen nog zo groot: houd je in.
  • En bovenal: luister. Wat zégt die ander nou eigenlijk?
  • Vat samen. Een goede remedie om te zorgen dat je echt bij de ander blijft en zijn standpunt probeert te begrijpen is: samenvatten. Check of je de ander hebt begrepen.
    ‘Dus als ik het goed begrijp vind jij dat dit rapport onvoldoende is uitgewerkt?’
    ‘Begrijp ik het goed als ik denk dat je vooral gefrustreerd bent omdat ik te laat heb laten weten dat ik niet thuis at waardoor je alleen moest eten?’

 

2. Denken aan wat je wilt gaan zeggen terwijl de ander spreekt
Soms ben je in je eigen hoofd al bezig met wat jij zo gaat zeggen wanneer de ander is uitgesproken.

‘Jeetje, wat praat die ander veel. En lang. Ik wil zo terugkomen op dat ene standpunt van het begin want daar ben ik het niet mee eens en daar heb ik heus wel wat goede argumenten voor en dat zijn namelijk die en die argumenten en die moet ik wel onthouden want anders ben ik zo weer vergeten wat ik wil zeggen want die ander moet wel begrijpen hoe het voor míj is potverdorie.’ 

Ook dit is een signaal dat je slecht luistert. Je bent bezig met jezelf, en niet met de ander.
Dat noem ik ‘wat-vind-ik-ervan’-luisteren. Meestal hoor je de eerste twee zinnen van de ander, waarna je hoofd op hol slaat en je hersenen op zoek gaan naar jouw mening, associaties en ideeën.
Van een echte dialoog is geen sprake: uiteindelijk liggen er vaak 2 monologen naast elkaar. (en ja, twee monologen is fundamenteel iets anders dan een dialoog 😉

Hoe dan wel:

  • Maak je hoofd leeg. Gooi je eigen agenda even overboord

  • Vraag je niet af ‘wat vind IK hiervan?’ maar denk de hele tijd: ‘wat bedoel je precies?’ 
    Ga van ‘wat-vind-ik-ervan’-luisteren naar ‘wat-bedoel-je-precies’-luisteren.

  • Check bij jezelf: is het helder wat de ander zegt?
    Zo niet, vraag om verduidelijking:
    ‘Wat bedoel je precies met….’
    ‘Hoe bedoel je…..’

 

3. Dat heb ik ook! (maar dan erger)
Je kent het wel: je vertelt enthousiast dat je net terug bent van vakantie op de Malediven. Je haalt adem om te vertellen wat je zoal gedaan en gezien hebt als je gesprekspartner het gesprek enthousiast kaapt: ‘Oh, de Malediven, daar ben ik geweest op huwelijksreis! Zo mooi! Wij hebben toen een rondreis gemaakt langs verschillende eilanden en….’
Of je vertelt over een kennis die ernstig ziek is, waarop je gesprekspartner laat vallen: ‘ja, prostaatkanker, dat had mijn oom ook. Die is er uiteindelijk aan overleden. Heel sneu’. 
Er is geen grotere ergernis in een gesprek dan een gesprekspartner die jouw verhaal kaapt, er het zijne naast legt en daarover doorbabbelt. De intentie is vaak helemaal niet zo slecht: je vervalt in de ‘ik-reflex’ omdat je de ander wilt laten weten dat jij óók heel enthousiast bent, dat jij óók iets dergelijks hebt meegemaakt. 
Je wilt juist graag een verbondje sluiten, een band met de ander. Wat je bereikt is echter juist het tegenovergestelde: teleurstelling, irritatie en afhakerij. 

Hoe dan wel:

  • Laat de ander lekker enthousiast vertellen

  • Luister betrokken: laat non-verbaal zien dat je interesse hebt in het verhaal van de ander.
  • Nodig uit tot meer vertellen: een ‘oh ja? Vertel!’ is vaak al genoeg.
  • Vertel je eigen verhaal niet, ook al heb je daar nog zo’n zin in. Het kan ook later nog.
    Schenk je aandacht voor nu even volledig aan de ander.

 

4. Repareren
Soms is het zó duidelijk wat de oplossing voor iemands probleem is! Dat die ander dat nou niet ziet! 
Je luistert naar het verhaal van een vriendin en je ziet meteen waar het aan schort. 
Je hoort je collega klagen over de baas en je weet precies hoe hij zijn frustratie zou kunnen oplossen. 
En jij weet precies hoe! Jij fixt het wel even. Als die ander nou gewoon even je advies opvolgt is er een hoop ellende de wereld uit. 
‘Als je nou gewoon even zus of zo.’ ‘Weet je wat jij moet doen? Je moet gewoon even….’
‘Heb je al geprobeerd om….’

Waarschijnlijk bedoel je het goed: je wilt de ander helpen. Je denkt iets te zien wat je gesprekspartner zelf nog niet zag of heeft bedacht. Met je intentie is zelden iets mis. 
Je bereikt alleen niet wat je wilt: de ander voelt zich eerder eenzaam, of dom, of ronduit geïrriteerd. 
‘Ja natuurlijk heb ik dat zelf wel bedacht!’
‘Je snapt me niet helemaal, je weet ook nog niet alles!’
‘Zo werkt het misschien voor jou, maar niet voor mij.’

Advies geven voelt vooral goed voor degene die het advies geeft, maar zelden voor degene die het ‘ontvangt’. 
Of liever: ongevraagd over zich heen gestort krijgt. 

Hoe dan wel:

  • Stel je bescheiden op. Ook al is je neiging om advies en tips te geven nog zo groot. Wees ervan overtuigd dat je niet alles weet. En zelfs al zou je alle feiten kennen, dan nog ken je de ervaring, de beleving van de ander niet. Die is namelijk een ander mens dan jij. Met andere gewoontes, een ander karakter en andere behoeften.
  • Realiseer je dat advies geven meer zegt over jou (en jouw denkwijze, mens- en wereldbeeld) dan over je gesprekspartner.
  • Het beste wat je kunt doen, is doorvragen.
    Vraag naar details van deze ervaring. Vraag naar motieven, naar overwegingen en gedachten.
    ‘Wat deed dat met jou?’
    ‘Hoe voel je je daarbij?’
    ‘Wat maakte dat je dat zei?’

De kans is groot dat de ander hierdoor tot nieuwe inzichten komt, en misschien zelfs uiteindelijk aan jou vraagt: ‘wat zou jij doen?’ Of ‘wat zou jij me aanraden?’
Als je op dát moment een weloverwogen antwoord kunt geven, gebaseerd op niet alleen de feiten, maar ook op de ervaring en het karakter van de ander, is dat zoveel meer waard dan een vluchtig, bot advies uit je eigen koker.
Wil je tips voor het stellen van betere vragen, check dan ook even dit artikel. 

Wil je ervaren wat een échte dialoog is? Zonder gesprekskillers?
Zuiver luisteren, goed doorvragen, vertragen in het gesprek en zoeken naar verdieping? 
Kom dan eens naar een socratisch gesprek, of organiseer er eentje bij jou thuis of op de werkvloer.
Ik kom graag langs om jullie te begeleiden.​

Hieronder een geestig en herkenbaar filmpje wat de ‘reparatie-reflex’ mooi uitlegt.
Zij wil vooral vertellen wat haar dwars zit, hij ziet niets anders dan de spijker.