Foto

Ik vraag hem welke vraag hij wil onderzoeken in dit gesprek.
Zijn vraag is: ‘Waarom speel ik nog steeds niet de cello?’

Hij speelt piano, dat wel. De cello kunnen bespelen is al jaren een wens. Er zijn al diverse cello’s bekeken, er is er zelfs eentje gekocht. Die staat nu werkloos op zolder.
Waarom komt het er steeds niet van de cello te bespelen, dat is de vraag waar hij graag een antwoord op wil. Dat antwoord, dat krijgt hij. Het blijkt alleen anders en groter dan verwacht.

‘Waarom is deze vraag belangrijk voor je?’ vraag ik.
‘Nou, het verwondert me gewoon dat iets wat ik al zo lang wil, al jaren, er nog steeds niet van gekomen is. Ik onderneem wel stappen, ik heb er zelfs eentje gekocht en me laten adviseren door een ervaren celliste. Maar les nemen en het écht gaan doen, dat gebeurt steeds niet. Ik weet niet wat het is dat me tegenhoudt, daar ben ik wel benieuwd naar.’
Hij zit ontspannen en nieuwsgierig tegenover me.‘Waarom wil je de cello zo graag bespelen?’ vraag ik.
‘Ik speel piano, ook al heel lang. De cello vind ik een machtig mooi instrument, fascinerend. Ik heb dat altijd al gevonden. Het lijkt me mooi om ook dat instrument te beheersen.’Natuurlijk stel ik de meest voor de hand liggende vraag, namelijk waarom hij zelf denkt dat het er steeds niet van komt.
Het blijft even stil. ‘Tsja, het leven loopt soms gewoon zo. Je hebt een plan, een route bedacht voor jezelf, en dan loopt het leven anders dan dat je plant.’

Ik zet mijn ‘nou én-gezicht’ op en zeg: ‘En? Die cello hoorde bij je plan en je hebt het niet uitgevoerd. Het liep anders.
Je was er zelf bij dat het anders liep. Waarom is een ‘andere route’ de verklaring van het niet spelen van de cello?’

‘Omdat er dingen tussen komen. Trouwen, kinderen, werk. Die cello verdween naar de achtergrond, het kwam er steeds niet van. Nu zou ik er tijd voor hebben, maar ik doe het nog steeds niet.’

‘Wat verandert er in jou als jij die cello nu gaat bespelen?’
In een filosofisch consult is er vaak één vraag die de boel doet wankelen. Een vraag die raak is, in de roos, waardoor puzzelstukjes ineens op hun plek vallen. Die vraag kan soms heel uitgebreid zijn, soms ook heel simpel. In dit geval was dit die ene vraag. Het blijft lang stil. Er wordt gezucht, lippen worden op elkaar geknepen en er wordt onrustig op een stoel geschoven. Het lichaam laat altijd zien waar het hoofd mee bezig is.

Voorzichtig komt er een antwoord:
‘Als ik de cello ga bespelen moet ik toegeven dat mijn leven er niet uitziet zoals ik wil.”

Ik zeg niets, kijk hem alleen vragend aan.  Soms is zwijgen en de ander denkruimte geven, genoeg.
‘Ik was jong toen ik het idee voor het eerst kreeg de cello te gaan bespelen’, vervolgt hij.
‘Ik studeerde nog, zat vol plannen. Zag een mooi, rijk leven voor me, met die cello. Maar het is nu niet zoals ik toen voor me zag. Als ik echt met die cello aan de slag ga dan is zo duidelijk dat ik niet leef zoals ik toen bedacht had.’

‘Hoe leef je nu dan?’
‘Voor een zesje, soms een zeven. Soms vind ik mijn leven gewoon helemaal niet zo vervullend.’

‘Ben je ontevreden over hoe je leven eruitziet?’
‘Ja, als ik heel eerlijk ben, moet ik wel toegeven dat ik enigszins teleurgesteld ben, ja. Maar daar kan die cello natuurlijk niks aan doen’.

Hij knippert wat verdwaasd met zijn ogen.
‘Ik dacht, ik neem een makkelijke vraag. Eentje waar niet zoveel diepgang in zit. Krijg je dit’.

In een filosofisch consult word je bevraagd op je eigen uitspraken. We ontrafelen samen gedachteconstructies.
​Zodat je uiteindelijk meer helderheid en inzicht hebt in wie je bent en wie je wilt zijn. En daarnaar kunt handelen.

Hij was na dit consult niet per se gelukkiger. Wel wijzer. En soms is dat hetzelfde.

Geen artikelen en inspiratie missen? Schrijf je in voor OverDenken

* indicates required