Heb jij ook weleens dat je in discussie bent met iemand, die iets vertelt, jij knikt beleefd, praat mee, en ineens denk je…. ‘huh? Wát zei je nou net? Dat klonk heel intelligent en interessant, maar volgens mij klopt er iets niet’.
Vaak ben je te laat: is het gesprek inmiddels alweer over gegaan op een ander onderwerp, we zijn al een paar zinnen verder, maar misschien rijd jij naar huis, nog steeds puzzelend in je hoofd: ‘volgens mij klopte er iets niet aan die opmerking’.

Vaak heb je gelijk: de ander maakt, waarschijnlijk onbewust, een argumentatiefout. Ergens pik je dat wel op, maar je moet maar net scherp genoeg luisteren om door te hebben dát die ander eigenlijk bullshit verkondigt.
Daarom: 3 bullshit-argumenten, 3 argumentatiefouten, waar we ons vaak schuldig aan maken.
Zodat jij ze de volgende keer wél op tijd herkent, én er wat mee kunt.

Argumentatiefouten herkennen; hoe doe je dat eigenlijk? En waarom zou je dat willen?
Argumentatiefouten: ik smul ervan. Ik vind niets leuker dan scherp luisteren of lezen, en argumenten te checken op hun stevigheid. Heel vaak blijkt dan dat we de grootste onzin verkondigen. We zijn meesters in mooie dingen roepen die eigenlijk de kracht en stevigheid hebben van een noedel.
Maar problemen opsporen in argumenten vereist training, en vooral AFSTAND. Afstand tot wat iemand zegt.
Meestal is het eerste wat we doen wanneer iemand iets zegt of wanneer we iets lezen: het er wel of niet mee eens zijn. We hebben direct een meninkje. En die verkondigen we dan ook. Meteen, liefst.
Waardoor je blijft hangen in meninkje-worstelen, maar het je nooit lukt om gaten in andermans argumenten te zien. En in die van jezelf ook niet trouwens.

Om argumentatiefouten op te sporen in wat iemand zegt, is het belangrijk dat je scherp luistert. Het helpt als je niet luistert met de intentie ‘wat vind IK hiervan’, (want dan luister je om te reageren, niet om te analyseren), maar met de intentie ‘klopt dit, wat hij zegt? Is het argument coherent? Is het LOGISCH?’.
Dat is een heel andere luisterintentie dan ‘het er wel of niet mee eens zijn’.
Laat je eigen overtuiging dus los: je bent een chirurg hier, geen politicus. Je analyseert, je ‘vindt’ zelf even niks’.

Probeer voor ieder van de hieronder staande argumenten, éérst eens het argument te lezen en dan zélf na te denken of jij er een argumentatiefout in ziet. Zie je een fout in argumentatie? En zo ja, welke? Of schiet jij direct in standje ‘o, dat vind ik ook!’? Alleen dat al levert je informatie op over jouw default-denkpatroon; hoe jij onbewust denkt.

Hoe beter je leert zien en benoemen welke argumentatiefouten er zijn, hoe beter je tegelijkertijd leert argumenteren. En dát komt je gesprekken én overtuigingskracht weer ten goede.

 

1. ‘We doen het al jaren zo!’ 

‘Zwarte Piet moet zwart blijven, want dat is al jaren zo’. Ken je dat argument? Ik weet niet hoeveel Zwarte Pieten discussies jij hebt gevolgd, maar deze komt nogal eens voorbij. Het klinkt niet onaardig en mensen verdedigen het met verve, het is alleen niet heel stevig. Iemand beroept zich op ‘traditie’, en dat is zelden een sterk argument om je punt te maken.

‘Waarom ga je daarheen op vakantie?’
‘Omdat we dat al jaren doen’.
Dat je iets al heel erg lang doet, is geenszins een reden om het te blijven doen. We voerden jarenlang abortussen uit met breinaalden. Is dat een argument om het zo maar te blijven doen? Lijkt me niet.
Iemand die dit argument gebruikt, ontwijkt een inhoudelijke discussie. Het geeft aan dat de gebruiker ervan geen nieuwe dingen wil onderzoeken, wellicht bang is voor ontwikkeling en vernieuwing.
De gewoonte die is ontstaan, is een consequentie: de keuze die ooit gemaakt is, herhaalt zichzelf. Maar het argument legt niet uit wat ooit de reden voor die keuze is geweest.
‘Beroep op traditie’ is daarmee een van de meest gebruikte argumentatie-missers.

Mogelijke reacties – vragen die uitnodigen tot beweging in het denken
Hoe kun je reageren wanneer iemand een argument gebaseerd op traditie gebruikt:
– Wat zou er gebeuren als alles altijd wordt gedaan zoals we het al jaren doen?
– Is het goed om soms vernieuwing toe te laten?
– Kan een oude manier die je altijd herhaalt, leiden tot vastroesten?

 

2. ‘Omdat het goed is’.

‘Waar vertrouw je meer op: je gevoel of je verstand?’
‘Ik kies voor mijn verstand, want dat maakt goede beslissingen’.

Zie jij wat er mis is met dit argument? Het helpt om de zin in stukjes te hakken: het eerste deel van de zin (ik kies voor mijn verstand) is de bewering, de keuze zelf. Daar is nog niets mis mee, het geeft netjes antwoord op de vraag.
Het tweede deel van de zin (want dat maakt goede beslissingen) is het argument vóór de keuze van verstand. En daar is wel degelijk iets mis mee. Zie jij wat?

Het argumentatieprobleem hier: het is een ‘ongedifferentieerd argument’. Dat betekent dat het argument ‘dat maakt goede beslissingen’, net zo goed op kan gaan voor de ándere keuze, in dit geval ‘gevoel’.
‘Goede keuzes maken’ is niet exclusief voorbehouden aan verstand.
Kijk maar, het punt blijft exact hetzelfde wanneer je de keuze verandert:
– ‘Ik kies voor verstand, want dat maakt goede beslissingen’.
– ‘Ik kies voor gevoel, want dat maakt goede beslissingen’.

Een ander voorbeeld: Pietje vraagt: ‘wil je wortel of broccoli?’ en Jantje zegt: ‘broccoli, want dat is gezond’.
Ook dat is een ongedifferentieerd argument: ‘gezond’ is niet exclusief voor broccoli, maar gaat net zo goed op voor wortel.
Je noemt een eigenschap die voor beide opties kan opgaan en dus de twee opties niet onderscheidt, niet ‘differentieert’.

Gebruik van een ongedifferentieerd argument geeft aan dat de gebruiker ervan, vast zit in zijn eigen denken; hij gaat voor wat in zijn subjectiviteit obvious is en houdt geen rekening met de eventuele andere visie van zijn gesprekspartner.
Het concept ‘goed’ klinkt objectief en het lijkt alsof iemand weet waar hij het over heeft, maar in feite is het subjectief wanneer het een ongedifferentieerd argument betreft.

Mogelijke reacties – vragen die uitnodigen tot beweging in het denken
Wat kun je zeggen als iemand een ongedifferentieerd argument gebruikt:
– Kan gevoel ook goede beslissingen maken?
– Zijn wortels ook gezond?
– Zou iemand het met je oneens kunnen zijn?

 

3. Een pizza is lekker omdat het een pizza is 

‘Obama is een goede spreker, want hij zegt goede dingen en hij gebruikt zijn stem, mimiek en gebaren goed.’

Klinkt logisch toch, als iemand dat zo zegt? Het lijkt alsof iemand hier een reden, een argument geeft om Obama een goede spreker te noemen.
Maar kijk nog eens: wat vind je van het argument? ‘hij zegt goede dingen en gebruikt zijn stem, mimiek en gebaren goed’.
Denk dan eens kritisch na: wat zouden we, als we even ons boerenverstand gebruiken, zo’n beetje als algemene omschrijving van ‘goede spreker’ definiëren?
Juistem: iemand die goede dingen zegt en zijn stem, mimiek en gebaren goed gebruikt.

Basically zegt iemand hier dus: Obama is een goede spreker omdat het een goede spreker is. En dat noemen we?
Jawel: een cirkelredenering.

Bij een cirkelredenering zeg je eigenlijk 2 keer hetzelfde: je gebruikt in je argument hetzelfde concept als in je bewering.
‘Pizza is lekker omdat het lekker smaakt’.
‘Broccoli is goed omdat het gezond is’.

Mogelijke reacties – vragen die uitnodigen tot beweging in het denken

– Heb je nog een ander argument hiervoor?
– Is een goede spreker hetzelfde als iemand die zijn gebaren, mimiek en stem goed gebruikt?
– Als iemand zijn gebaren, mimiek en stem goed gebruikt, kan hij dan ook géén goede spreker zijn?

 

En jij?
Maak jij je weleens schuldig aan deze argumentatiefouten? Of ken je mensen die zich er schuldig aan maken? Hoe ga je daarmee om?
Laat een reactie achter, vinden we leuk 🙂

 

 

 

Wil je hier meer van?

Vind je dit tof, denken, argumenteren, overtuigen en argumentatieproblemen? 
Dan word je waarschijnlijk heel blij van Filosofietjes, de online training van 10 modules over denken, vragen stellen en argumenteren. 1 van de modules gaat helemaal over drogredenen.