FotoIllustratie: Igor Morski

​Ik leid een filosofisch gesprek over een kunstwerk. Het gesprek richt zich op het concept ‘tijd’. De 11 deelnemers zijn enthousiast, hebben er zin in, zitten op het puntje van hun stoel. Filosoferen gaat over een gezamenlijke zoektocht naar waarheid, schijnt, en dat klinkt in ieder geval heel interessant. Maar wanneer ben je werkelijk aan het méédenken met de ander?
Dat blijkt dan toch nog best lastig, en de valkuil van het helpen, invullen en aannemen is groot.

Een van de deelnemers denkt na over haar antwoord op mijn vraag. ‘Er zijn twee soorten tijd’, zegt ze.
Ik vraag haar uit te leggen hoe dat dan zit, twee soorten tijd. De ene soort daar is ze zo uit; dat is de tijd op je horloge. De andere soort tijd is lastiger, daar moet ze over nadenken. Ze hakkelt, begint een zin, begint een nieuwe zin, corrigeert zichzelf en is even stil. Meteen wordt die stilte opgevuld.
De een na de ander schiet haar te hulp: ‘Bedoel je soms…?’ ‘Ik denk zelf dat…, bedoel je dat?’ ‘Volgens mij zoek je naar het woord….’ Ik leg het gesprek even stil. ‘Wat gebeurt er nu?’, vraag ik.
‘Nou, we zijn samen aan het nadenken, precies zoals de bedoeling was’, zegt iemand. ‘We helpen Karin met wat ze denkt’. Ik vraag: ‘Zijn jullie werkelijk sámen aan het nadenken, of je eigen associaties met Karin aan het delen? En helpt dat Karin ook?’. Het blijft even stil.
Wat volgt is een kort metagesprek over wat ‘samen nadenken’ dan nu precies is.
Vaak zijn we geneigd te associëren op wat een ander zegt, in te vullen, te helpen zoeken naar woorden, zo snel mogelijk op zoek naar een definitief antwoord. Het effect is meestal dat de ander niet meer zelf nadenkt maar in een ‘denkkramp’ schiet. De woorden waar iemand daarna mee komt zijn wellicht helemaal de zijne niet.
Voor werkelijk onderzoek, een gezamenlijk onderzoek, een dialoog, is denkruimte nodig. Reflectie is gebaat bij een flinke portie geduld en een vleugje stilte. Denken in kleine stapjes, rustig en kalm observerend.

Om werkelijk te begrijpen wat iemand denkt en wat zijn of haar logica is, moet je je eigen hoofd eigenlijk een beetje leeg maken en in het denken van de ander kruipen. Ieder redeneerstapje observeren en volgen. In een gezamenlijk onderzoek krijgt iemand de gelegenheid om rustig zijn ‘denkmateriaal’ op tafel uit te stallen zodat je er samen goed naar kunt kijken. Op die manier kun je denkfouten opsporen, achterhalen of een redenering klopt en beslissen of het volgens jou eigenlijk anders is. Pas wanneer je stilstaat bij je gedachten, ga je vooruit in je denken.

Voor wie zijn eigen denken en dat van de ander wil aanscherpen, is het een mooi proces om te observeren wanneer iemand werkelijk zoekt, nadenkt, iets uitspreekt, vastloopt en opnieuw begint. Dat moment waarop iemand precies samenvalt met zijn denken en je daar als groep werkelijk bij betrokken bent en méédenkt; dat is de dialoog.

We duiken het filosofisch onderzoek naar het concept ‘tijd’ weer in. Karin begint opnieuw. Ze spreekt rustig een aantal woorden uit en zwijgt dan. De rest is stil, zit ontspannen achterin de stoel en wacht op wat er komt.
​De dynamiek in het gesprek is totaal anders dan daarvoor.

***

Dit artikel is geschreven door Elke Wiss. Elke is oprichter en eigenaar van De Denksmederij. De Denksmederij faciliteert creativiteit, dialoog en reflectie in een unieke mix van praktische filosofie, theater en creatief denken. Voor meer informatie, zie www.denksmederij.nl

Schilderij van Igor Morski. Meer info vind je op http://www.boredpanda.com/surreal-illustrations-poland-igor-morski/